Het lijkt misschien nog ver weg, maar voor de Belgische autosector is dit jaar cruciaal. Het is geen willekeurige datum; het markeert het moment waarop een samenloop van fiscale, ecologische en technologische veranderingen de markt definitief op zijn kop zet. Van de salariswagen tot de particuliere koper en de hele toeleveringsketen: iedereen zal de impact voelen. Dit is waarom 2026 niet zomaar een jaar wordt, maar een fundamenteel kantelpunt voor mobiliteit in België.
De Fiscale Verschuiving: Het Einde van de Fossiele Salariswagen
De meest directe en dwingende reden waarom 2026 een scharnierjaar is, ligt in de fiscale hervorming rond de salariswagens. België heeft een uniek landschap, waarbij bedrijfswagens een hoeksteen vormen van het totale verloningspakket. Ongeveer 1 op de 5 nieuwe wagens die jaarlijks in België worden ingeschreven, is een bedrijfswagen.
De Wet-Van Peteghem heeft hier een duidelijke streep getrokken:
-
Vanaf 1 juli 2023 moeten alle nieuw bestelde bedrijfswagens, om nog fiscaal aftrekbaar te zijn, koolstofemissievrij zijn (dus 100% elektrisch of waterstof).
-
Vanaf 1 januari 2026 wordt de fiscale aftrekbaarheid voor niet-emissievrije bedrijfswagens (besteld vóór 1 juli 2023) drastisch verminderd. De aftrek gaat in een fading out-scenario, dat elk jaar verder wordt afgebouwd totdat de aftrek nul is.
Dit ‘fading out’ mechanisme creëert een tsunami-effect. Vanaf 2026 worden duizenden oudere (fossiele) bedrijfswagens fiscaal onvoordelig voor de werkgever. Bedrijven zullen massaal proberen deze wagens uit hun vloot te krijgen, wat leidt tot een enorme instroom van tweedehands fossiele wagens op de markt, terwijl de vraag naar elektrische modellen (EV’s) explosief stijgt.
De gevolgen zijn drieledig:
-
Marktverschuiving: De markt voor nieuwe wagens zal bijna volledig elektrisch zijn, gedreven door de bedrijfswagensector.
-
Tweedehandsmarkt: Een overaanbod van oudere diesel- en benzinewagens zal hun restwaarde snel doen dalen.
-
Infrastructuur: De druk op de laadinfrastructuur zal exponentieel toenemen, wat een race tegen de klok voor overheden en privé-investeerders in gang zet.
De Technologische Inhaalslag: Betaalbare en Betere EV’s
De fiscale druk valt samen met een fundamentele verschuiving in de automobieltechnologie. Tegen 2026 is de derde generatie van elektrische voertuigen volwassen geworden.
-
Batterijtechnologie: De energiedichtheid van batterijen neemt toe en de productiekosten dalen. Dit leidt tot een groter rijbereik (vaak meer dan 500 km) en kortere laadtijden, waardoor de gevreesde ‘range anxiety’ grotendeels verdwijnt.
-
Segmenten: Het aanbod van EV’s is niet langer beperkt tot het premium-segment. Tegen 2026 zullen de meeste grote constructeurs, met name uit Europa, Korea en China, een breed gamma aan betaalbare, compacte en middensegment EV’s op de markt hebben, die de kloof in aankoopprijs met fossiele wagens dichten. De Total Cost of Ownership (TCO) voor een EV zal dan ook voor de particuliere koper steeds gunstiger worden.
-
Software-Defined Vehicle (SDV): Wagens worden steeds meer computers op wielen. 2026 zal het jaar zijn waarin over-the-air updates, geavanceerde rijhulpsystemen (niveau 2+ of 3) en een naadloze digitale integratie de norm worden.
Dit betekent dat het argument van de consument (“EV’s zijn te duur en hebben te weinig bereik”) in 2026 grotendeels verouderd zal zijn. De techniek is klaar voor de massale overstap.
De Klimaatdruk en de Europese Agenda
Naast de Belgische fiscale prikkels speelt ook de bredere Europese context een rol. De Europese Unie heeft de ambitie om tegen 2035 de verkoop van nieuwe personenwagens met verbrandingsmotoren te verbieden.
Hoewel dit verbod pas in 2035 ingaat, is 2026 het jaar van de ‘point of no return’. Constructeurs moeten hun productielijnen al jaren van tevoren omschakelen. Tegen 2026 zal de productiecapaciteit voor fossiele wagens significant zijn afgebouwd en zal de focus van R&D en marketing volledig op EV’s liggen.
België, met zijn positie als logistieke hub en zijn sterke afhankelijkheid van import, voelt deze druk direct. De vergroening is geen optie meer; het is een geopolitieke en industriële realiteit die de autosector dwingt om te transformeren.
🛠️ De Uitdagingen voor de Sector en de Werkgelegenheid
Het kantelpunt van 2026 brengt niet alleen opportuniteiten met zich mee, maar ook existentiële uitdagingen voor de Belgische autosector.
1. De Toeleveringsketen en Fabrieken
De transitie naar EV’s vereist andere onderdelen en een andere expertise. Een elektrische motor heeft veel minder bewegende delen dan een verbrandingsmotor.
-
Verschuiving van Werk: Bedrijven die gespecialiseerd zijn in de productie van onderdelen voor verbrandingsmotoren (zoals injectoren, versnellingsbakken, bougies, etc.) moeten dringend omschakelen of dreigen te verdwijnen.
-
Nieuwe Vaardigheden: De sector heeft een dringende behoefte aan technici gespecialiseerd in hoogspanningsbatterijen, elektronica en software. De heropleiding van personeel is cruciaal.
2. De Dealers en Garages
De rol van de autodealer verandert van een verkoper van voertuigen naar een mobiliteitsadviseur.
-
Minder Onderhoud: EV’s vereisen minder klassiek onderhoud (geen olieverversingen, minder remslijtage). Garages zullen zich moeten heroriënteren op batterijdiagnostiek, software-onderhoud en nieuwe diensten.
-
Laadinfrastructuur: Dealers zullen een centrale rol spelen in het adviseren en installeren van laadoplossingen bij klanten thuis en op het werk.
3. De Overheid: Netbeheer en Laadinfrastructuur
Als de EV-adoptie explodeert na 2026, komt er enorme druk op het elektriciteitsnet. Zonder slimme netbeheersystemen en een versnelde uitrol van (publieke) laadpalen, dreigt de overgang vast te lopen. Het kantelpunt van 2026 is daarom ook een testcase voor de Belgische overheid om aan te tonen dat ze de transitie kan faciliteren.
De Particuliere Koper in 2026: De Nieuwe Realiteit
Tegen 2026 zal de particuliere koper geconfronteerd worden met een totaal andere markt.
-
Nieuwe Auto: De keuze tussen een fossiele wagen en een EV zal nauwelijks nog relevant zijn. De meeste ‘nieuwe’ modellen zijn EV’s.
-
Tweedehandsmarkt: De tweedehandsmarkt zal in tweeën splitsen:
-
Oude Fossiele Wagens: Goedkoop in aankoop, maar met stijgende brandstofprijzen, beperkingen in lage-emissiezones (LEZ) en een snel dalende restwaarde.
-
Tweedehands EV’s: De eerste ‘golf’ van ex-bedrijfswagens zal op de markt komen, wat EV’s voor het eerst betaalbaar maakt voor een breder publiek.
-
De kloof tussen de initieel dure EV en de uiteindelijk dure fossiele wagen wordt in 2026 definitief gedicht. De totale kosten van bezit zullen de doorslag geven, en daar wint de EV.
De Conclusie: Een Nieuw Mobiliteitsparadigma
2026 is de magische deadline die de drie krachten – fiscale hervorming, technologische volwassenheid en Europese regelgeving – samenbrengt. Het jaar zal niet alleen de Belgische autovloot veranderen, maar ook hoe we naar mobiliteit kijken.
Het is het jaar waarin de elektrische wagen de onbetwiste norm wordt, gedreven door de salariswagen, maar omarmd door de particuliere koper die eindelijk een goed, betaalbaar en technisch superieur product ziet. Voor de sector is het een oproep tot actie: Innoveren of verdwijnen.
De transitie zal onvermijdelijk pijn doen in bepaalde traditionele hoeken, maar het luidt een nieuw tijdperk in van duurzamere, stillere en digitaal geavanceerde mobiliteit voor België. De race is begonnen, en in 2026 zullen we zien wie de finish haalt.

