In tijden waarin de brandstofprijzen voortdurend schommelen en vaak de pan uit rijzen, is elke liter die je bespaart pure winst. Maar wist je dat het grootste geheim van zuiniger rijden niet in je motor, maar in je rechtervoet zit?

Brandstofbesparend rijden, vaak afgekort als ‘het nieuwe rijden’ of ‘eco-driving’, is een verzameling slimme gewoonten die niet alleen het verbruik drastisch verminderen, maar ook de slijtage aan je auto beperken én je rijcomfort verhogen. Het is een win-winsituatie voor jou, je portemonnee en de planeet.

We hebben de 7 meest effectieve gewoontes op een rij gezet waarmee je direct kunt beginnen. Pas ze consequent toe en je zult versteld staan hoeveel geld je aan het einde van de maand overhoudt.


1. Optrekken met beleid: Snel doorschakelen

 

Een van de grootste mythes van het rijden is dat je de motor toeren moet laten maken in lage versnellingen voordat je schakelt. Dit is ronduit inefficiënt.

De Gewoonte: Schakel zo snel mogelijk door naar een hogere versnelling. Bij moderne benzinemotoren is dit vaak al tussen de 2000 en 2500 toeren per minuut. Bij dieselmotoren kan dit zelfs nog lager liggen.

Waarom het werkt: Rijden in een hoge versnelling bij lage toeren vermindert de wrijving en interne weerstand in de motor. De motor werkt dan efficiënter. Door snel op te trekken en door te schakelen, breng je de motor snel in zijn ‘sweet spot’ – het toerental waarbij hij het minste brandstof nodig heeft om de snelheid vast te houden. Overschakelen naar de vierde of vijfde versnelling bij 50 km/u is heel normaal en verstandig.

2. De kunst van het anticiperen: ‘Lees’ het verkeer

 

Rijden gaat niet alleen over reageren op wat er nu gebeurt; het gaat over voorspellen wat er gaat gebeuren. Een constante, vloeiende rijstijl bespaart veel meer dan een rit vol abrupt remmen en hard optrekken.

De Gewoonte: Kijk ver vooruit – tot wel 10 tot 15 seconden of meer. Zie je in de verte dat het stoplicht op rood springt, de verkeersstroom vertraagt, of dat er een rotonde aankomt?

Waarom het werkt: Door te anticiperen, kun je je gaspedaal loslaten en je auto laten uitrollen. In veel moderne auto’s wordt bij het loslaten van het gaspedaal de brandstoftoevoer naar de motor volledig gestopt. Dit heet ‘de brandstofafsluiting bij uitrollen’ (fuel cut-off) en is de meest brandstofefficiënte manier om te vertragen – het kost letterlijk nul brandstof. Als je te laat anticipeert, ben je gedwongen om af te remmen en de energie die je met brandstof hebt opgebouwd, te verspillen in de vorm van hitte op je remschijven.

3. Hou een constante snelheid aan: Gebruik de cruise control

 

Snelheid variaties – zelfs kleine – zorgen voor extra verbruik. Elke keer dat je versnelt, injecteert de motor meer brandstof.

De Gewoonte: Probeer, vooral op snelwegen en provinciale wegen, een zo constant mogelijke snelheid aan te houden. Maak slim gebruik van je cruise control.

Waarom het werkt: De cruise control is ontworpen om de gasklep zo efficiënt mogelijk te bedienen. Het vermijdt de menselijke neiging om onbewust kleine correcties te maken met het gaspedaal. Zelfs op heuvelachtig terrein kan cruise control nuttig zijn, hoewel je hier soms beter handmatig kunt ingrijpen door voor de helling iets extra snelheid te maken en tijdens de afdaling de auto te laten uitrollen. De stelregel blijft: vloeiendheid is de sleutel.

4. Zeg nee tegen onnodige ballast en weerstand

 

Brandstof moet niet alleen de auto voortbewegen, maar ook alle extra gewicht en de luchtweerstand overwinnen. Hoe zwaarder de auto en hoe groter de weerstand, hoe meer brandstof de motor nodig heeft.

De Gewoonte:

  • Verwijder onnodige spullen: Haal al die zware, overbodige rommel uit je kofferbak en van de achterbank. Extra gewicht kost extra brandstof.

  • Verwijder dakdragers of dakkoffers: Monteer ze alleen als je ze echt nodig hebt. Een lege dakkoffer of ongebruikte dakdragers verhogen de luchtweerstand (aerodynamica) aanzienlijk.

Waarom het werkt: Een auto die 100 kg lichter is, kan tot 5% minder brandstof verbruiken. Daarnaast kan de extra luchtweerstand van een dakkoffer het verbruik op de snelweg met 10% tot 15% verhogen! Minder gewicht en minder luchtweerstand betekenen minder moeite voor de motor.

5. Klimaatbeheersing slim gebruiken: Airco en stoelverwarming

 

Airconditioning en andere elektrische verbruikers zijn ‘energievreters’ die direct brandstof kosten, omdat de stroom door de motor via de dynamo moet worden opgewekt.

De Gewoonte: Gebruik de airconditioning, stoelverwarming en achterruitverwarming alleen als het echt nodig is. Zet de airco uit als het niet te warm is, of gebruik de ventilatie.

Waarom het werkt: De airco-compressor is een grote verbruiker en kan het brandstofverbruik met 10% tot 20% verhogen, vooral in stadsverkeer of bij lagere snelheden. Verwarmen in de winter is minder erg, omdat de warmte van de motor wordt gebruikt, maar de airco (die vaak de lucht ontvochtigt) en elektrische verwarmingselementen kosten extra brandstof.

6. Bandenspanning controleren: Hardlopers lopen lichter

 

Zachte banden lijken misschien comfortabel, maar ze zijn een bron van onnodige verspilling en onveiligheid.

De Gewoonte: Controleer minstens één keer per maand je bandenspanning en doe dit bij koude banden. Pomp je banden op tot de aanbevolen spanning, of zelfs tot 0,2 bar boven de door de fabrikant aangegeven minimale spanning.

Waarom het werkt: Een zachte band heeft een groter contactvlak met het wegdek, wat de rolweerstand verhoogt. De motor moet harder werken om deze weerstand te overwinnen. Een te lage bandenspanning kan het verbruik met 3% tot 5% verhogen. Een correcte spanning zorgt voor minder rolweerstand, bespaart brandstof en verlengt de levensduur van je banden.

7. Kort parkeren en motor af: Zet ‘m uit bij stilstand

 

Onnodig stationair draaien – de motor laten lopen terwijl de auto stilstaat – is pure brandstofverspilling en zorgt voor onnodige uitstoot.

De Gewoonte: Staat je auto langer dan één minuut stil (bijvoorbeeld bij een spoorwegovergang, file of wachten op een passagier)? Zet de motor dan af.

Waarom het werkt: Een stationair draaiende motor verbruikt tussen de 0,5 en 1,0 liter brandstof per uur. Hoewel de motor bij het starten een kleine extra hoeveelheid brandstof nodig heeft, weegt dit niet op tegen de verspilling van een minuut of langer stationair draaien. De meeste moderne auto’s hebben tegenwoordig een start/stop-systeem dat dit automatisch regelt, maar als je auto dit niet heeft, is het een eenvoudige en zeer effectieve gewoonte om aan te leren.


Conclusie: Brandstof besparen is een mindset

 

Brandstofbesparend rijden is geen hogere wiskunde; het is een kwestie van mindset en gewoonte.

Door deze 7 gewoontes toe te passen – van snel doorschakelen en anticiperen tot het vermijden van onnodige weerstand – transformeer je jezelf van een gemiddelde bestuurder naar een eco-chauffeur. Je zult niet alleen zien dat het lampje van je brandstofmeter minder snel naar ‘leeg’ beweegt, maar je zult ook merken dat je rijstijl rustiger, veiliger en minder stressvol wordt.

Begin vandaag nog met deze veranderingen. Je portemonnee – en de planeet – zullen je dankbaar zijn!